Na de fase van plannen maken sluiten we aan om te gaan doen. Wat begon als een landelijke opdracht voor Mentale Gezondheidsnetwerken (MGN) vanuit het Integraal Zorg Akkoord (IZA) groeide uit tot een regionale beweging in Midden-Nederland. De subregio’s Eemland, Lekstroom, Utrecht-Stad, Utrecht-West en Zuidoost-Utrecht zetten zich hierin in voor het programma Mentaal Gezond Midden-Nederland.
Het programma richt zich op een duidelijke ambitie: bouwen aan een regio waarin iedereen mentaal gezond kan leven, naar eigen vermogen, met steun van de mensen om zich heen. Het draait om helderheid creëren in een landschap dat voor veel professionals en inwoners versnipperd is. Zoals Julia Rodenhuis zegt: “Door met elkaar aan tafel te gaan maken we meteen meters. Huisartsen, ervaringsdeskundigen, de GGZ en het sociaal domein zijn allemaal nodig om verschil te maken voor mensen in een kwetsbare positie.”
Binnen het programma vervult Julia een verbindende rol. Als programmasecretaris beweegt ze tussen het programmateam, de stuurgroep en de verschillende organisaties in de regio. Juist de menselijke verbinding, elkaar zien, horen en begrijpen, vormt voor haar het hart van de beweging: (netwerk)samenwerkingen ontstaan wanneer professionals elkaars meerwaarde ervaren en vervolgens weten te vinden.
In de implementatiefase krijgt het netwerk steeds een duidelijkere vorm. Het Verkennend Gesprek zal een nieuwe toegangspoort worden voor inwoners die op meerdere leefgebieden ondersteuning nodig hebben. In casuïstiekgesprekken denken professionals van verschillende organisaties met elkaar mee over passende routes. Ondertussen worden wachttijden, verwijsinformatie, regionale capaciteit en zelfzorgmogelijkheden duidelijk in kaart gebracht, zodat betrokken partijen inwoners sneller de juiste richting kunnen wijzen. Hierbij wordt er steeds meer toegewerkt naar een domeinoverstijgende ketenaanpak. Ook preventieve initiatieven en peer support krijgen een sterkere basis, en via consulatie kunnen professionals bij ingewikkelde situaties snel advies inwinnen.
Professionals geven aan dat een gedeeld beeld van wat er is, van wachttijden tot verwijsroutes, hen helpt om inwoners sneller te begeleiden. Het netwerk wordt steeds sterker. Door regelmatig met elkaar te leren, ontstaat meer samenhang tussen GGZ, sociaal domein en huisartsenpraktijken, waardoor inwoners sneller passende ondersteuning krijgen. Binnen het programma wordt toegewerkt naar een jaarlijks terugkerende netwerkbijeenkomst. De eerste bijeenkomst staat gepland voor het najaar van 2026 en wordt georganiseerd als een brede netwerkdag waar zowel aangesloten alsnog niet aangesloten organisaties welkom zijn. Tijdens deze bijeenkomst staat het versterken van het gezamenlijke netwerk centraal: organisaties verkennen het belang van de regionale samenwerking, wisselen behoeften en ervaringen uit en bespreken wat zij nodig hebben om hun rol in het netwerk verder te verstevigen. Zo groeit er, stap voor stap, een netwerk dat bijdraagt aan een toegankelijkere route voor inwoners die ondersteuning zoeken.
Op lange termijn is het doel het netwerk zelfstandig kan functioneren, los van programmatische sturing. Dat betekent bouwen aan duidelijke afspraken, gedeeld eigenaarschap en een gezamenlijk beeld van wat goede ondersteuning inhoudt. Julia verwoordt het zo: “Voor mij is het programma geslaagd als samenwerken vanzelfsprekend wordt: dat professionals elkaar weten te vinden zonder dat daar een programma voor nodig is.”
