Bij gastvrijheid denken we vaak aan de horeca. Aan iemand die je welkom heet, je jas aanneemt en aanvoelt wat je nodig hebt, soms nog voordat je dat zelf weet. Gastvrijheid is daar een vak, een vorm van aandacht. Het begint op het moment dat je binnenkomt en bepaalt of je je gezien en op je gemak voelt op een onbekende plek. Het gaat over meer dan iemand behandelen zoals jij zelf behandeld wilt worden, maar over afstemmen. Over voelen. Over passen en meten. Wat heeft deze ander, op dit moment en in deze context, nodig?
Gastvrijheid in gemeentelijke context
In gemeentelijke context gaat het snel over de problemen, hulpvragen, oplossingen en procedures. En daarmee kan iets essentieels naar de achtergrond verdwijnen: dat er altijd eerst een mens tegenover je zit. In het artikel van Ludo Serrien wordt de vraag gesteld of volledige gastvrijheid wel mogelijk is in een professionele context van sociaal werk. Er is immers sprake van een machtspositie: de inwoner komt voor hulp, de gemeente heeft de kennis, middelen en beslissingsruimte. Gastvrijheid kent dus grenzen en verschillende gradaties, afhankelijk van de setting.
Gastvrijheid als stressverlager
Vaak is hulp zo georganiseerd dat de inwoner naar de gemeente toe komt: naar het loket, het wijkteam of de inloopvoorziening. Dat perspectief verandert zodra je op huisbezoek gaat. Dan stap je het leven van een ander binnen en ben jij te gast. Toch vraagt het begrip ‘gastvrijheid’ hier om verbreding. Het vraagt bewustzijn van je rol en machtspositie. Je bent te gast bij iemand thuis, maar het is aan jou om de inwoner welkom en gezien te laten voelen.
Mensen die hulp zoeken, nemen vaak veel stress mee. Gastvrijheid kan die spanning verlagen, terwijl het ontbreken ervan juist het tegenovergestelde effect heeft. Dat bleek in een gemeente waar inwoners samenkwamen in een participatieraad om mee te denken over de inloopvoorziening. Hun grootste probleem bleek niet het beleid, maar de inloopvoorziening zelf. De plek waar zij hulp zouden moeten kunnen vragen, voelde niet welkom. Ze werden er niet warm ontvangen en durfden er nauwelijks binnen te stappen. In plaats van stress te verminderen, vergrootte de voorziening die juist. Dat inzicht veranderde het gesprek. Niet de inhoud, maar de ontvangst bleek de sleutel.
Het begint bij de basis
Een simpele vraag als “hoe gaat het met je?” kan al het verschil maken. Het klinkt vanzelfsprekend, maar onder tijdsdruk en tussen regels en procedures verdwijnen juist deze vanzelfsprekendheden gemakkelijk naar de achtergrond. Dat merkten wij ook toen we langs verschillende huishoudens gingen om ervaringen op te halen. We dachten een uitgebreide en zorgvuldige vragenlijst te hebben opgesteld, totdat we deze afstemden met Désiré van Pel, ervaringsdeskundige. Zij stelde één simpele vraag: waarom is de eerste vraag niet “hoe gaat het met je?”
Zo eenvoudig is het.
Het hoeft natuurlijk niet letterlijk deze vraag te zijn. Het kan ook gaan over iemands reis naar de locatie of over hoe de dag tot nu toe was. Het gaat erom dat je ruimte geeft om even te landen, om te kunnen ademen, en niet direct aan te hoeven staan. Zich écht gehoord en gezien voelen. Pas daarna ontstaat ruimte voor het echte verhaal.
Bron: Ludo Serrien (2025). Moeten sociale professionals gastvrij zijn?
Artikel op Sociaal.Net, gepubliceerd 21 januari 2025.
