Gastcolumn Frans van der Reijt
Als kinderrechter heb je dikwijls te maken met de
doorgeschoten bureaucratie in de Jeugdzorg. Kinderen zijn daar net
probleempakketjes die, naarmate er meer problemen in één pakketje
zitten langs meer adressen worden gestuurd. Op ieder adres wordt er
eerst uitvoerig gediagnosticeerd en soms wat aan gesleuteld en
verder gaat het weer. Het gaat in dit circus dan niet om het
kind, maar om het probleem. De kinderbescherming is 'probleem
gestuurd' (al noemen ze het vraag gestuurd) dat wil zeggen, dat
voor ieder probleem een instantie of organisatie in het gelid staat
om het probleem te bemonsteren. Ze zetten er allemaal hun tanden
in, happen er een stuk af en gunnen de rest, ja aan wie eigenlijk?
Zo heeft iedereen zijn best gedaan, maar blijft er van echte
probleemkinderen niet veel over, laat staan dat ze adequaat
geholpen worden.
Mijn adagium - ik mocht het laatst nog voor de
Kamercommissie verdedigen - is al jaren:
Kinderen kunnen alleen groeien, zich ontwikkelen, in een vertrouwde
omgeving met vertrouwde opvoeders waaraan ze gehecht zijn of in
ieder geval zich kunnen hechten. Alleen die kunnen de voor hun
geestelijke ontwikkeling benodigde normen en waarden met succes
overdragen. Effectief tussenkomen bij kinderen, hen omturnen,
beïnvloeden, beter maken, lukt alleen in een langdurige relatie,
die gedragen wordt door eerlijkheid, betrokkenheid en
barmhartigheid. Dat staat dus haaks op de hieraan voorafgegane
constatering van de huidige stand van zaken. Wat te doen? Een mij
zeer dierbare anarchistische gedachte werd geopperd door oud
regiodirecteur van de Raad voor de Kinderbescherming Bruno van
Gent, die zei: "We schaffen alle rangen en standen af in de
jeugdzorg en geven iedereen die er zijn brood verdient een kind
onder de arm mee (naar huis desnoods) met de taak om hem/haar een
fatsoenlijke opvoeding te geven. "Uiteraard met doorbetaling van
salaris en net zo lang doorploeteren tot het gelukt is!
Dat kan heel goed werken, want er zijn zowat evenveel mensen die
er hun brood verdienen als kinderen die geholpen moeten worden en
al die werkers zijn uit het goede hout gesneden, hebben veel hart
voor kinderen en doen erg hun best om kinderen te beschermen. Ze
worden alleen zo dwars gezeten door 'het systeem'. Ik kom aan deze
overtuiging door langjarige ervaring. Na de majeure verandering in
de jeugdzorg in 1995 kwamen we met zijn allen al gauw tot de
conclusie, dat we dreigden vast te lopen in de regelneverij: het
ene protocol werd op het andere gestapeld. Daar moest en eind aan
komen en zo kregen we de taskforce van Steven van Eijck, en nog een
reeks andere initiatieven. Maar niets helpt: het kind als
diagnostisch probleempostpakket blijft fier overeind. Het is een
mêlee van handelingsverlegenheid, instituutsbelang, georganiseerd
wantrouwen en misplaatste bezuinigingsdrift.
Kritiek leveren is gemakkelijk, vertellen hoe het dan wel moet
heel wat moeilijker. Er is, als het over opvoeden gaat één
sleutelwoord en dat is durf. Opvoeden moet je durven, zeker elkaar
opvoeden om maar niet te spreken over 'de straat' opvoeden.
Betrokken zijn, je bemoeien, solidariteit tonen, meeleven, het
goede voorbeeld geven, je moet het allemaal maar durven, want het
betekent ook: je kwetsbaar opstellen, je normen en waarden bloot
geven en in het ergste geval gewoon op je donder krijgen. Wie is
daar nog voor in? Het eufemisme van de eeuw is de stelling, dat
onze samenleving individualiseert. Maar nee, onze samenleving
is laf aan het worden: als ik jouw gerotzooi door de vingers zie
mag jij ook niet naar het mijne kijken. Zoiets. En dat geldt a
fortiori voor de opvoeding. Bij de rellen in Engeland die net
plaats vinden als ik dit schrijf vraagt iedereen zich af: waar zijn
de opvoeders van deze relschoppers, wie corrigeert ze nog?
Natuurlijk, een uitwas, hier zal dat niet gebeuren, maar onze
bureaucratie van het wantrouwen, onze pakketjesmentaliteit kweekt
in wezen dezelfde bodemloze rancune bij onze kinderen, die zich dan
nergens meer geborgen weten en daarom maar redeloos om zich heen
gaan slaan, ook hier als we niet oppassen. Verwend, verwaarloosd,
verloren, tenzij we met zijn allen onze kinderen weer zien,
inspireren en een ideaal durven voor te houden. Ze willen heus, als
wij in ze geloven!
En dan daag ik graag Nan Bettonvil uit om in de volgende editie
haar visie op en ervaringen met de pleegzorg met u te
delen.