Transitiefbrief stelselwijziging Zorg voor jeugd

Op 30  september 2011 heeft het kabinet een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de stelselwijziging Zorg voor jeugd.

In de kamerbrief schetsen de staatssecretarissen Veldhuijzen van Zanten van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Teeven van Veiligheid & Justitie (V&J) de contouren van het nieuwe stelsel en geven zij aan hoe het wetgevingstraject eruit ziet.

Uitgangspunten
Met de Transitie Jeugdzorg wil het kabinet kinderen stimuleren om zich te ontwikkelen tot volwassenen die naar vermogen participeren in de samenleving. Daarnaast moet de stelselwijziging bijdragen aan beheersbare overheidsuitgaven aan de zorg voor jeugd. Tegelijkertijd dient de transitie gemeenten in staat te stellen betere zorg en ondersteuning aan ouders en kinderen te leveren.

Contouren van het nieuwe stelsel
De contouren voor een nieuw stelsel van jeugdzorg zien er als volgt uit:

  1. Jeugdzorg komt te vallen onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van gemeenten.
  2. Met de bestuurlijke verantwoordelijkheid worden ook de financiële middelen overgeheveld naar gemeenten.
  3. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) vormt een fundament voor een nieuw stelsel van jeugdzorg.
  4. Voor een aantal taken wordt wettelijke kwaliteitseisen geformuleerd.
  5. De Transitie Jeugdzorg hangt nauw samen met decentralisatieoperaties rond de AWBZ,  Werken naar Vermogen en Passend Onderwijs.

Nieuw wettelijk kader
Er komt één wettelijk kader: de Wet Zorg voor Jeugd. Het kabinet wil het wetsvoorstel na de zomer van 2012 voorleggen aan de Raad van State. Vervolgens wordt het wetsvoorstel eind 2012 aan de Tweede Kamer aangeboden. De nieuwe wet moet in 2014 van kracht gaan. 

Overzicht wetgevingstraject
In een aanvullende kamerbrief van 6 oktober 2011 geeft staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten van VWS een overzicht van het wetgevingstraject stelselwijziging Zorg voor Jeugd.

Lees verder de reactie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op de Transitiebrief stelselwijziging Zorg voor Jeugd.

Bron: Rijksoverheid.nl, 30 september 2011