Instelling Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik
Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie (VenJ) en
staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (VWS) stellen een Taskforce kindermishandeling en
seksueel misbruik in.
Dit schrijven zij in een brief van 16 januari 2012 aan de
Tweede Kamer in een reactie op het rapport van de
Commissie seksueel misbruik van minderjarigen in de
Rooms-Katholieke Kerk (de Commissie Deedman).
Het kabinet deelt met de Commissie Deetman de urgentie om seksueel
misbruik in instellingen huiselijke kring te voorkomen en om daders
aan te pakken. Centrale regie van de overheid vinden zij hierbij
nodig. De Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik gaat er
mede op toezien dat het Actieplan aanpak kindermishandeling wordt
uitgevoerd. Dit plan is onlangs aangeboden aan de
Tweede Kamer en bevat maatregelen voor verbetering van de
preventie, signalering en bestrijding van kindermishandeling.
De bewindslieden kondigen multidisciplinair onderzoek aan naar
seksueel geweld en hieraan gerelateerde verschijnselen, zoals
kindermishandeling, huiselijk geweld en gedwongen prostitutie.
Hiermee reageren zij op de oproep van de Commissie Deetman om
diepgaand onderzoek te doen naar kindermishandeling en seksueel
misbruik.
Opheffing verjaringstermijnen
In hun reactie schrijven de bewindspersonen dat reeds verjaarde
zedenmisdrijven niet alsnog kunnen worden vervolgd. Uit
jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
blijkt dat er geen ruimte is voor wetgeving die dat mogelijk zou
maken. Wel is er ruimte om nog lopende verjaringstermijnen te
verlengen of op te heffen.
Het kabinet heeft deze ruimte al benut met een wetsvoorstel dat de
vervolgingsverjaring opheft voor de ernstigste zedenmisdrijven en
voor zedenmisdrijven tegen kinderen. Dit wetsvoorstel is ingediend
omdat de huidige regeling onvoldoende rekening houdt met het feit
dat er soms decennia voorbij gaan voor slachtoffers van ernstige
zedenmisdrijven naar buiten treden met hun verhaal.
Bron: Rijksoverheid.nl, 16 januari 2012